|
In het Program van Uitgangspunten vormen vier kernbegrippen de leidraad: publieke gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid, solidariteit en rentmeesterschap.
- Publieke gerechtigheid: een betrouwbare overheid moet op basis van vaste waarden de burger de zekerheid van de rechtsstaat bieden en duidelijke grenzen stellen. Zij moet zich daar ook zelf aan houden. De overheid moet een bestaansminimum garanderen, waarbinnen burgers en hun verbanden hun verantwoordelijkheden kunnen waarmaken.
- Gespreide verantwoordelijkheid: de verantwoordelijkheid voor het nemen van beslissingen of het uitvoeren van bepaalde taken daar neerleggen waar deze het beste genomen kunnen worden en zo dicht mogelijk bij mensen, bijvoorbeeld bij het gezin, bij de sociale partners (werkgevers-werknemers), bij particuliere organisaties in het maatschappelijk middenveld, bij het bedrijfsleven, bij de gemeente, bij het Rijk, enzovoort.
-
Solidariteit: vraagt om betrokkenheid tussen generaties en tussen arm en rijk. Het laat zien dat mensen boodschap hebben aan elkaar. We leven niet alleen voor onszelf, maar zijn echt mens in relatie tot de ander. De overheid waarborgt vloeren in de sociale zekerheid en roept burgers en maatschappelijke organisaties op het hunne eraan toe te voegen.
-
Rentmeesterschap: duidt op verantwoordelijkheid voor het bewaren van de aarde en van al haar bewoners: mensen, planten en dieren. De natuur is door de Schepper gegeven om ervan te genieten, van haar vruchten te leven, maar ook om deze mogelijkheden intact te laten en te bewaren voor volgende generaties. De overheid moet bevorderen dat mensen zich als goed rentmeester gedragen. De overheid heeft daarnaast haar eigen taak tot rentmeesterschap: het bevorderen van het benutten van gaven en talenten van alle burgers én het op orde hebben van haar eigen financiën.
|