Als u dit bericht leest is het alweer 14 dagen geleden dat de Enschedese raad naar Zweden afreisde. Via deze krant had ik u laten weten u te vertellen wat ik toepasbaar zou vinden om mee terug te nemen naar Enschede. Mijn verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen we op de vrijdagmorgen vertrokken naar Sodertalje, de internationale hoofdstad van Zweden. Een allervriendelijkste ontvangst op het nieuwe, pas geopende moderne stadhuisen geluisterd naar alle problemen rond opvang van steeds meer Suryoyogezinnen.
Na dit bezoek vertrokken we naar een basisschool om te zien hoe kinderen van verschillende nationaliteiten de Zweedse taal moeten leren. In een soort voorschool waarin je in gemiddeld twee jaar de taal moet spreken en schrijven. Maar echt begrijpen in zo’n korte tijd, ik weet het niet!
Daarna hebben we twee voetbalverenigingen bezocht, gezien en gehoord hoe deze voetbalclubs hun plek in de Zweedse samenleving langzaam maar zeker hebben veroverd en tot slot bezochten we de studio’s van TV Suryoye. Hier werd ons uitgelegd welke uitzendingen vanuit Sodertalje de wereld over gaan en wat het doel is van deze uitzendingen. Al deze ontwikkelingen zijn absoluut met enorme inspanningen tot stand gebracht. Het gaf ons een beeld van de ontwikkeling van een volk in vrijheid. Maar niet een ontwikkeling van een volk dat opgenomen is in Zweden. Geen duidelijke vorm van enige sociale binding tussen de autochtone inwoners, die wij juist wilden proeven in deze internationale stad. Want een kwart van de bevolking van Sodertalje is van Assyrische afkomst en bijna nog eens een kwart is eveneens allochtoon. Een ieder leeft zijn hun eigen leven, men praat veel over integratie, maar men integreert niet met de Zweden. Het land zelf besteed daar geen aandacht aan, niet anders dan via de kinderen die leerplichtig zijn.
Op de terugreis hebben we veel met elkaar gediscussieerd. Over echte integratie en hoe belangrijk dat is, over de moeders en grootouders waar we niets over gehoord hebben en die er wel zijn. Wel hebben we veel, heel veel mannen gezien.
Wat heb ik uiteindelijk meegenomen naar Enschede en het Stadsdeel Zuid?
In Enschede zijn we al vele jaren zeer actief met allochtone kinderen en hun moeders via school en clubs. Maar niet zozeer met allochtone vaders. Vanaf nu gaan we met vaders aan de slag, per straat, per brink of per plein. Maar dan wel met alle vaders, welke nationaliteit ze ook hebben. Samen sporten, samen drinken, samen praten over vroeger en hoe je opgroeide als stoere jongen en hoe je nu je eigen jongens moet groot brengen. Dat moet in mijn ogen de sociale binding brengen die ik heb gemist in Sodertalje.
Het is een andere gedachte dan die waarmee ik naar Zweden ben afgereisd. Dat is echter minder belangrijk. Wat ik heel graag wil bereiken is dat er geen oude en geen nieuwe Enschedeers aan de kant blijven staan, iedereen moet deelnemen aan toekomstige ontwikkelingen. Het gaat immers om de toekomst van iedereen?