Rond het afgelopen weekend woei er een stormpje door de stad. Een beetje boosaardig, echt het karakter van dat wat de natuur in zich heeft als de herfst zich aankondigt. Ik ben dan altijd een beetje rusteloos omdat ik niet precies kan inschatten welke kant het op gaat. Ik had daarom de stad verlaten om mijn rust te zoeken in het westen des lands.
In de loop van de maandagmorgen werd al snel duidelijk wat die boosaardige wind had aangericht. Bij het binnenkomen van de vragen voor de stedelijke commissie diezelfde avond, had collega Nijhuis van de VVD niet mis te verstane vragen ingediend m.b.t. de inhoud van een column uit Typisch Enschede, de weekendkrant die ik al enige tijd niet meer ontvang. Het verhaal had betrekking op de aanbesteding van de toekomstige Huishoudelijke Hulp en derhalve was een rol voor wethouder Wallinga in samenwerking met de schrijver van de column, daarin weggelegd.
Wat is er precies aan de hand?
We hebben in Enschede 39 raadsleden, waarvan ik er een ben. Een nieuwe collega sinds 2006, zo ongeveer mijn buurman in de raadszaal, is de heer v.d. N. Sinds zijn verschijning in de raad meldt hij zich met de regelmaat van de klok met een column in Typisch Enschede. Eerst valt op dat een politieke collega daarin schrijft, dan valt op dat het schrijven van de column meer regelmaat heeft dan het aanwezig zijn in de raadszaal waardoor je met meer dan normale interesse zijn collums gaat lezen. Meerdere keren heb ik me geschoffeerd gevoeld door de inhoud. Maar wie ben ik? Fractielid van het CDA en niet van de P.v.d.A. zoals de heer v.d. N. Met de regelmaat “klapt hij uit het stadhuis”, wat hij kennelijk heel plezierig vindt. De bedoelde column wordt veelvuldig gelezen en veel Enschedeers die het lezen denken dat het de waarheid is. Hij kan het immers weten, hij is raadslid van Enschede. Ik ben er meerdere keren over benaderd.
Maar mogen we als raadsleden niet van elkaar verwachten dat we ons integer gedragen? Zelfs onze burgemeester komt eens per jaar de fracties bezoeken om over dit onderwerp te spreken. Daarnaast herinner ik me nog een tafelgesprek over dit onderwerp tijdens ons werkbezoek aan Stockholm. Hoe interger moet een raadslid zijn? De Enschedeeer mag toch op zijn minst verwachten dat in deze de lat hoog tot zeer hoog ligt. Daarnaast wordt de heer v.d. N. te E. voor zijn lidmaatschap van de raad betaalt door de gemeenschap. Hoe groot is de tolerantie nog van zijn partij?