Als je over de grenzen kijkt, zijn er toch een aantal verschillen, die je opvallen. Dat was met name op het gebied van verkeer en wegenaanleg in China. Zoals deze week al gemeld zal ik u daar deelgenoot van maken
De wegen: Groots, breed en veel capaciteit. Aanleg van nieuwe wegen is geen probleem. De overheid trekt een streep op de kaart en daar komt dan een weg. Alles wat in de weg staat wordt afgebroken. Eventuele bewoners worden schadeloos gesteld, maar moeten zelf op zoek naar woonruime en bij verplaatsing over grotere afstand ook weer naar werk. Bezwaar aantekenen kan niet. De overheid is eigenaar van alle grond in China. Milieuorganisaties kent men ook niet. Als voorbeeld neem ik maar even Beijing, maar in andere grote steden gaat het net zo. Beijing kent nu 6 ringwegen. Breidt de stad zich verder uit dan komt er weer een volgende ring bij, waarbij ook verbindingswegen tussen de ringen worden gecreëerd. Om even de grootte van de stad te schetsen: de oost-westverbinding is 50 km lang. Per dag komen er in Beijing 800 nieuwe auto’s bij. Overigens kennen ze wel tolwegen, die minder congestie kennen dan andere verbindingswegen.
Het verkeer: Grote, brede wegen in de stad, met diverse fly-overs. Soms 8-baans (4 rijstroken aan iedere kant, en toch nog files. De Chinees krijgt voor zijn/haar rijbewijs 14 dagen theorieles en daarna een rijbewijs. Het rijden zelf moet hij/zij maar leren in de praktijk. Dus het chaotische verkeer is begrijpelijk. Veel getoeter en het recht van de sterkste of brutaalste geldt. De neus voor is over het algemeen voorrang. Een rood stoplicht betekent niet automatisch stoppen, een zebrapad is geen veilige oversteekplaats. Regels? Je hoeft je er kennelijk niet aan te houden. De fietsen kennen geen verlichting. Met gevaar voor eigen leven fietst men ook in het donker. Men ziet dat kennelijk niet als een handicap, want het gaat bijna altijd goed. Voor het eerst zijn er minder fietsers in het verkeer dan auto’s. Maar het verhoudt zich steeds rond de 50%. Auto’s zijn nieuw en fietsen zijn oud.
Openbaar vervoer: Trein, tram, bus en metro. Voldoende, maar altijd overvol. Ze kennen een goede frequentie, want voor veel Chinezen is dit hun enige manier van vervoer over grotere afstanden. Men kent zelfs professionele duwers. Er kunnen altijd mensen bij in geduwd worden. Geen vervoer waar wij westerlingen in China graag gebruik van maken. Overigens kent China ook de snelste trein ter wereld: de maglev. Een zweeftrein tussen Shanghai en de luchthaven Pudong. In 8 minuten ben je over. De hoogste snelheid is 431 km per uur. Daar hebben we wel in gezeten, een bijzondere ervaring. Dit systeem zal uitgebreid worden als alternatief voor luchtverkeer. Er is een zweeftrein gepland tussen Shanghai en Beijing. Hoewel niet onder het openbaar vervoer vallend zijn er ook enorm veel taxi’s, waardoor je je voor westerse begrippen goedkoop kunt laten vervoeren binnen de stad. Dat je daarbij wel je bestemming in Chinese tekst bij je moet hebben is een must want de gewone Chinees spreekt vrijwel geen Engels.
U leest het al, verkeer en mobiliteit en zelfs openbaar vervoer zijn niet vergelijkbaar, maar het is goed om over de grenzen te kijken. Soms is het elders beter, maar er zijn ook situaties, die ik niet graag in Nederland ingevoerd zou zien.
|