Homepage
 Weblog Leny Kloppers

16.12.08


herbestemming schouwburg, was dit echt de finale?


Gisteravond stond in de raad de herbestemming schouwburg op de agenda.
Veel is erover gesproken en via de media leek het erop dat het enkel ging over twee boekhandels, Selexys en Broekhuis. Er werden randprogramma's aan geweid, een informele sessie in Mac Berlijn. Kortom alles werd uit de kast getrokken om een keus te maken.
Voor is is het steeds gegaan over een goede invulling, toekomstbestendig en met uitstraling voor Enschede. En natuurlijk heeft een ieder zo zijn eigen voorkeur.
Het liefst had ik een lovend verhaal afgestoken, hoe goed de herbestemming voor Enschede is.
Bovendien had ik graag verteld hoe prettig een eendrachtige samenwerking van college en raad kan zijn geweest. Het mocht niet zo zijn.

Tot vorige week dachten de leden van de gemeenteraad nog dat zij er iets over te zeggen hadden, dat de keus tot nu toe een voorkeursvariant was van het college. Niets was minder waar. Een juridisch advies van de stadsadvocaat stelde: dit is uw keus, u kunt ja of nee zeggen. Daartussen zit niets. Aanvullingen of veranderingen kunnen als gevolg hebben een financiele claim krijgen, m.a.w. aanvullen of veranderen mag niet. De spelregels veranderen, hoe sympathiek ook, kan juridisch gezien niet door de beugel.

Toch gebeurde dat: de PvdA en de VVD kwamen met een amendement waarin gesteld werd dat het jeugdtheater absoluut moest landen in de schouwburg. Vooraf was bij het indienen van de plannen al gebleken dat de kleine zaal niet geschikt was voor een dergelijke theater. Voor jeugdtheater heeft men een vlakke vloer nodig met eromheen zo'n 250 tot 300 zitplaatsen.

Een van de afgevallen partijen meende wel in de grote zaal het jeugdtheater te kunnen realiseren. Dat werd al afgewezen. Nu mag de winnende partij het jeugdtheater pogen in te passen. Leentjebuur spelen?

De fractie van zowel PvdA als VVD hebben bij het stemmen over het voorstel gezegd: als het niet lukt om het jeugdtheater een goede plek in de schouwburg te geven, dan moet u terug naar de raad. Maar kun je dan als raad nog terug komen op je besluit? Of gaan we dan alsnog het jeugdtheater in de fabrieksschool situeren. Iets waar men gisteren ook falikant op tegen was.

Wellicht was het beter geweest om de beide partijen, waarin een boekhandel een plek krijgt, te laten tekenen en rekenen aan het voorstel met een jeugdtheater erbij. Het is toch logisch dat zoiets een ander financieel plaatje oplevert.
Nu krijgt de "winnaar" het jeugdtheater cadeau, als het tenminste lukt.

Zelf heb ik namens het CDA gesteld: laat nu eerst juridisch toetsen of je je geen buil valt aan de opdracht om in het bestaande voorstel het jeugdtheater mee te nemen, stel het besluit uit tot het advies er is. Dat levert amper tijdverlies op. Helaas waren zowel het college als de meerderheid (iets meer dan de helft) van de raad hiermee niet akkoord.

Onze fractie voelde zich buiten spel gezet en vindt dat je de afgesproken regels ook door moet trekken als het je niet zo goed uitkomt. Hoe graag wij ook het jeugdtheater zien landen in de schouwburg, voor ons lijkt het niet haalbaar op juridische gronden. Het advies van de stadsadvocaat geeft dat ook aan. Om die reden heeft het merendeel van onze fractie tegengestemd.

Met een naar gevoel heb ik gisteravond het debat afgesloten, maar misschien komt het onderwerp op juridische gronden nog terug.

Voor uw informatie voeg ik onderstaand mijn eerste bijdrage (cursief) in de raad van gisteravond toe.


Voorzitter, het komt niet vaak voor dat ik mijn bijdrage nog uitschrijf. Vanavond is zo’n moment.

Het CDA is verbijsterd over de gang van zaken.
Over de informatie, die ons de laatste week heeft bereikt.
Over conclusies, die getrokken worden.
Kortom over het marginaliseren van de rol van de raad.

Op de agenda het voorstel herbestemming Schouwburg. Maar wat is de rol van de raad nog in deze?
Kennelijk mogen we alleen maar ja zeggen tegen dit voorstel? Of misschien wel nee? En dan zijn we terug bij af? Deze constatering is gebaseerd op de brief van Kienhuis en Hoving over een ingewonnen advies voor de rol, die de raad in deze kwestie nog heeft.
Kienhuis en Hoving baseert zich op het feit (stukken door de wethouder aangeleverd) dat het advies van het panel van deskundigen en de aanbeveling aan het college een bindende is.
Dat is nooit met de raad afgesproken.

Sterker nog: in het raadsstuk van 24 januari staat uitdrukkelijk
bij punt 5:
Over de ingediende plannen en het toetsingsrapport zullen wij in onze vergadering van 13 of 20 mei een principebesluit nemen, uitmondend in een voorlopige voorkeur voor 1 plan.
Bij punt 6:
Dat principebesluit zullen wij voorleggen aan de stadsdeelcommissie centrum van 27 mei.
Hoewel de data zijn doorgeschoven is dit nog steeds het enige raadsbesluit dat genomen is voor vandaag.
Voor ons is een principebesluit nog steeds een besluit waarover de raad zeggenschap heeft.
Wij lezen niets over bindende voorwaarden van 1 voorstel, zonder zeggenschap van de raad.
Hadden wij dit geweten waren wij nooit akkoord gegaan met de huidige insteek.

Uitgebreid citeren uit brieven en raadsstukken heeft weinig zin, u kent ze ook. Nu is het voor ons van belang hoe het zo heeft kunnen komen.
- Waar en op welk moment heeft de wethouder met de stadsdeelcommissie centrum of de gemeenteraad gecommuniceerd over het punt dat het voorgedragen ontwerp het enige onderwerp van gesprek zal zijn?
- Welke voor de raad onbekende informatie heeft de wethouder aan Kienhuis en Hoving verstrekt, zodat zij tot deze conclusie kunnen komen?
- Hoe lang weet de wethouder al, dat in zijn beleving het voorgelegde voorkeursplan alleen maar kan worden aangenomen of verworpen?
- Heeft de wethouder dit ook gecommuniceerd met de betrokken marktpartijen?
Dit laatste is voor ons niet naar voren gekomen uit informatie, die wij bij de marktpartijen hebben ingewonnen.

In de gouden regels is nimmer door de raad vastgesteld dat de gemeenteraad akkoord moet gaan met de voorkeursvariant, die uit de plancompetitie moet komen.
Besluitvorming met de raad vindt plaats via raadsvoorstellen en daar is nimmer dit punt behandeld, laat staan gefiatteerd.
Sterker nog in de stadsdeelcommissie centrum (n.a.v. enkel de presentatie van het zgn. winnende plan) citeer ik uit de notulen:
Mevr. Kloppers vindt het belangrijk dat de commissie/raad ook de andere plannen kan zien, zodat zij hier nog iets van kunnen vinden en dan eventueel ook een andere voorkeur kunnen uitspreken.De wethouder reageert dat hij "geen reden ziet om mevr. Kloppers tegen te spreken".
M.a.w. de gemeenteraad heeft volgens de wethouder wel degelijk recht van spreken als zij stelt: er moet een keuzemogelijkheid zijn.

Kortom voorzitter, zonder hier nog veel aan toe te voegen, u kent allemaal de raadsstukken en de brief van Kienhuis en Hoving, nog de volgende vragen:
- Wordt of is de gemeenteraad door de wethouder op het verkeerde been gezet?
- Is hier sprake van actieve, tijdige en adequate informatie aan de raad? ( genoemd in collegeprogramma, gemeentewet).
- Kan de wethouder aangeven of de informatievoorziening naar de raad helder en duidelijk is geweest?
- Kan de wethouder aangegeven waar de raad het besluit heeft genomen dat het door het panel geadviseerde plan het enige plan is waarover de raad een besluit kan nemen?

Voor mijn fractie ook maar spreekt over het raadsvoorstel, of welk besluit dan ook, neemt, willen wij eerst duidelijkheid over de gang van zaken en de positie van de gemeenteraad.







Gepost door Leny Kloppers. 0 reacties

Reageer

Welkom op mijn weblog!

Mijn naam is Leny Kloppers-Platvoet.

Op dit weblog wil ik u graag laten weten waarmee ik bezig ben.

Om samen met u trots te kunnen blijven op Enschede heb ik uw mening en reacties nodig.

 

Laatste postings


Archief