Met verbazing las ik zaterdagmorgen een interview in de krant met Gert Jan Hosper, wetenschapper aan de UT en onlangs benoemd als hoogleraar city- en regiomarketing aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Vanuit zijn vermeende deskundigheid heeft de onderzoekscommissie stadsmarketing hem indertijd gevraag om de commissie te adviseren op bestuurlijk gebied. Wij meenden, dat we, als we de kennis dicht bij huis hadden (onze eigen UT), deze niet van ver gehaald hoefde te worden. Dat verzoek werd afgewezen omdat de heer Hospers, volgens zeggen, teveel betrokkenheid bij de stad en haar bestuurders heeft en dus via advisering niet te nauw bij de materie betrokken wilde worden.
Mijn verbazing betreft dan ook het feit dat hij, achteraf, wel allerlei kritiek heeft op de Enschedese aanpak. Dat alles had hij met meer gezag kunnen uitdragen als hij wel de onderzoekscommissie had geadviseerd. Het interview verder lezend, lijkt het er op, dat hij de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoeksrapport niet kent en ook geen kennis heeft van de besluiten, die genomen zijn in het raadsdebat over het voorlopig laatste raadsstuk over stadsmarketing. Gezien zijn reactie geen medewerking aan de onderzoekscommissie te willen verlenen, had enige terughoudendheid hem gesierd.
Overigens valt er ook wel wat aan te merken op de journalistieke insteek. Nu is het niet vanzelfsprekend om altijd twee meningen naast elkaar te zetten, maar enige nuancering was m.i. wel op zijn plaats geweest. Er is niet gevraagd wat de heer Hospers vond/vindt van de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoeksrapport en ook niet wat hij vindt van de uitkomst van het laatste raadsdebat. Dat vind ik een gemiste kans.
Vanuit mijn positie zal ik het maar houden op jeugdige overmoed? Ik wens de heer Hosper overigens veel succes in zijn nieuwe functie, wellicht dat hij vanuit Nijmegen toch met een ander insteek naar Enschede kijkt. Volgens mij, en gelukkig ook volgens de gemeenteraad (zie laatste raadsdebat), zijn we op de goede weg.
|