Homepage
 Weblog Margriet Visser

zaterdag 23 januari 2010


Het zal je maar gebeuren deel 2


Hierbij deel 2 van het verhaal van Karin, die plotseling verlamd raakte.


Het zal je maar gebeuren….(2)
Daar lig je dan in het ziekenhuis. Ik deel, gelukkig maar voor een dag, de kamer met een heer die veel slaapt en als hij dat niet doet vrijwel bewusteloos is. De dwarslaesie die mij zo plotseling is overkomen, blijkt een hoge te zijn (voor kenners c6/c7), waardoor ik ook maar een heel beperkte handfunctie heb. Ik moet als een klein kind worden gevoerd door een verzorgende, wat ik pas weken later in Het Roessingh weer zelf kan al is dat niet gemakkelijk.
Ook mijn longen functioneren aanvankelijk zwaar onvoldoende waardoor ik de hele ziekenhuisperiode zuurstof krijg toegediend. De eerste vijf dagen krijg ik bovendien via een infuus een halve liter prednisson om de ontsteking, die mijn leven totaal op zijn kop heeft gezet, te remmen. Verder lijken ze in het ziekenhuis weinig voor me te kunnen doen, waardoor met spoed een kamer in Het Roessingh wordt aangevraagd. Op 13 augustus, 10 dagen nadat ik door die vreselijke ruggenmergontsteking ben getroffen, hoor ik dat er op 20 augustus een plaats voor me is gereserveerd.
Over de zorg en aandacht van het verplegend en verzorgend personeel, heb ik niet veel te klagen, al is het toch gek dat na de wisseling van de ploeg de nieuwkomers niet weten hoe gehandicapt ik ben, want de rode knop voor noodgevallen, blijkt telkens weer buiten handbereik te zijn geschoven!
De dagelijkse ziekenhuissleur wordt op gezette tijden verlevendigd door fysiotherapie en met name ook door hulp bij het hoesten om overtollig slijm weg te werken, want doordat ook mijn buikspieren het nauwelijks doen, kan ik niet echt hoesten, terwijl ik door een soms beangstigende benauwdheid door die longen die het niet goed doen, juist veel slijm produceer. Gelukkig wordt dat in mijn laatste ziekenhuisweek beter, want de longspieren zijn wat sterker geworden en zelfstandig ademen gaat weer redelijk en de zuurstoftoediening kan worden afgebouwd.
Ook krijg ik in die laatste week dagelijks training om in de rolstoel te leren zitten. Rijden is er echter niet bij, dat moet later in Het Roessingh gebeuren.
Het leuke van mijn 2,5 week ziekenhuis is dat ik ongelooflijk veel bezoek krijg: vrienden, vriendinnen, collega’s en directieleden van mijn school, en – heel leuk - leerlingen en oudleerlingen, neven en nichten die ik normaal maar zelden zie en van heinde en ver komende ooms en tantes, buren en uiteraard mijn ouders en zussen met man en kroost. Vaak zitten er 6 man naast mijn bed en op de gang nog een paar in de wacht, terwijl er maximaal 2 bezoekers zijn toegestaan. Toch leuk!
Op 20 augustus laat ik het ziekenhuis achter me en ga ik in de ambulance op weg naar Het Roessingh! Na het intakegesprek blijk ik , tot mijn teleurstelling, eerst nog een paar dagen in bed te moeten blijven, waardoor ik mijn hondje nog steeds niet kan zien! Dan wordt de rolstoeltraining in gang gezet, met een paar dagen 2 keer 15 minuten en dan 2 keer 30 minuten om te wennen. Na ruim twee weken zit ik er dan vrijwel de hele dag in, al moet ik 2 keer daags in bed om te rusten en 5 keer per dag worden gekatheteriseerd omdat ik niet zelfstandig kan poepen en plassen. Dat eerste gebeurt trouwens op de douchestoel boven de wc, maar lukt alleen door toediening van een laxeermiddel. Gek dat je door zo’n onverwachte handicap ineens weer een klein kind bent geworden als het gaat om hulp bij doodnormale dingen! In die periode krijg ik ook dagelijks fysiotherapie op bed, die er voornamelijk uit bestaat dat mijn handen, armen en benen worden doorbewogen.
Dan volgt de training in rijden met de handbewogen rolstoel en kan ik me eindelijk weer van A naar B verplaatsen! Dat gaat 2 weken goed, maar dan krijg ik door slijmbeursontstekingen in beide handen (overbelasting!) op eigen verzoek een elektrische rolstoel. Ook maak ik een begin met ergotherapie, fysiotherapie in de oefenzaal en activiteitentherapie. Vooral dat laatste spreekt me bijzonder aan, niet alleen omdat ik in mijn havopakket textiele werkvormen had, maar vooral omdat daar eindelijk niet wordt gepraat over je ziekte, maar over de gewone dingen van alledag, zoals ieder mens!
Belangrijk zijn ook de wekelijkse gesprekken met de psycholoog (hoe verwerk je je verdriet en leer je met je tekortkomingen omgaan) en de maatschappelijk werker (hoe zie je je toekomstperspectief en je maatschappelijk functioneren).
Omdat ik moeite heb met de gang van zaken op de verpleegafdeling, waar sommigen je minder aardig behandelen, ben ik in de klankbordgroep van de bewoners gaan zitten. Daar wordt naar je geluisterd en ook wat gedaan met je aanbevelingen.
Door de mooie (na)zomer zit ik vaak op het terras van Het Roessingh, waar Moby gelukkig ook vaak van de partij is, ga ik er vaak met bezoekers op uit om aan de overkant bij Wattez op het terrasje wat te nuttigen, eet af en toe met mijn ouders bij het eveneens naburige LaRoche en ga meestal op zondag naar mijn ouders die maar 5 minuten lopen vanaf het Roessingh wonen. Nu en dan ga ik met vriendinnen naar de Assinkhof waar ik me zeer amuseer, vooral doordat ik er eindelijk weer eens veel oude bekenden tegen het lijf loop. Jammer is dat de huisregels voorschrijven dat je maar 1 keer per week na 22.00 uur mag thuiskomen.
Grote pech is dat ik steeds meer spasmen in mijn benen krijg door overbelasting en hevige pijn in mijn rechterhand door aanhoudende slijmbeursontsteking. Daardoor kan ik nog maar een half uur per dag naar fysiotherapie. Begin december heb ik een gesprek met de maatschappelijk werkster die me naar mijn welbevinden vraagt. Ik zeg dat ik niet het idee heb dat Het Roessingh nog veel voor me kan doen en dat ik liefst op korte termijn naar huis ga!
Kort daarna is er het periodieke gesprek met artsen, therapeuten, verplegers en mijn ouders, waarbij in goed overleg wordt besloten dat ik 16 december weer naar mijn eigen huis zal gaan, waar ik na 3 augustus niet meer ben geweest! Intussen zijn een vertegenwoordiger van de gemeente, twee aannemers, installateurs en keukenspecialisten al in mijn huis geweest om de noodzakelijke aanpassingen te bekijken en een offerte uit te brengen. Zelf heb ik ter voorbereiding op mijn thuiskomst bij Livio al een verrijdbare tillift, hooglaagbed, antidecubitusmatras en via de gemeente een elektrische rolstoel geregeld. Mijn overbodige of niet langer bruikbare spulletjes zijn door mijn vader naar de zolder en door vrienden naar een opslagplaats elders overgebracht. Nog een leuk afscheidsetentje met mijn kamergenote Willy, met wie ik het prima kon vinden, haar man en mijn ouders, en ik ben op weg naar huis!
Waar ik allemaal tegenaan loop (was het maar waar!) in mijn eigen huis en in de buitenwereld, vertel ik in de volgende delen!
(wordt vervolgd)


Gepost door Margriet Visser.

0 Reacties

Reageer

Terug naar overzicht

Welkom!

 

Mijn naam is Margriet Visser, kandidaat voor het CDA Enschede.

Via dit weblog houd ik u op de hoogte!

 

Laatste postings


Archief