|
woensdag 27 januari 2010 |
Anne van der Meiden
|
In het stukje van CDA actief Nr. 5/ inwoners gaf ik te kennen dat ik een aantal mensen aan het woord wou laten op mijn weblog. Deze keer een oudere en wat voor 1! Anne van der Meiden is misschien wel de meest krasse oudere van Twente. Niet alleen kras, ook intelligent, daadkrachtig, energiek, zo kan ik nog wel even doorgaan. Voor mij is het een voorrecht dat hij iets wou schrijven , niet alleen omdat het Anne van der Meiden is, maar vooral wat hij schrijft,zodat we na kunnen denken. Ik hoop dat u dat doet, denken aan ouderen en paddestoelen.
Onder de paddenstoel van de ouderenzorg
Anne van der Meiden
Er gebeurt iets vreemds in de discussies rond het ouderenbeleid in ons land. We zijn getuige van breed opgetuigde verhalen n analyses over wat er allemaal gebeuren moet, voor wie en door wie en wat het kosten mag. Rapporten en specials van tijdschriften beschrijven breeduit wat krasse ouderen eigenlijk allemaal zouden moeten kunnen en willen: recepten om jong oud te zijn, jeugdig de negentig binnen te stappen. Mee blijven doen, attent zijn voor de kinderen en kleinkinderen, reizen als het kan en vooral meedenken. Sterke verhalen van mensen van bijna honderd die met eigen tanden nog noten kraken. En toch heeft dat voor mij als tachtig plusser iets vervreemdends. Gaan al die goed bedoelde rapporten en meningen wel uit van de werkelijkheid onder de paddenstoel van het ouder worden? Onder elke paddenstoel zit een mycelium, een zwamvlok, een wirwar van draden waardoor de paddenstoel zich voedt. Dat is de eigenlijke paddenstoel, het ware oude leven. Ga je op bezoek bij generatiegenoten in diverse woonoorden, dan sta je ineens voor de keiharde werkelijkheid van een groeiend onvermogen van ouderen, omdat vitale vermogens hen in de steek laten. Denken kunnen ze nog wel, zich zorgen maken over de familie ook, de krant lezen en TV kijken: geen bezwaar. Maar heel veel dingen redden ze niet meer. Armen en benen schieten tekort, de ambtelijke machinerie en de communicatieapparaten om hen heen sluiten velen van hen buiten, ze weten de weg niet meer in de papieren, zij vergeten op welke knoppen ze drukken moeten. Er is echt stille armoede, er is verborgen hartzeerte, er is angst voor lijden, er is bekommernis om kleine dingen, grote en lastige ongemakken, wegvallende sociale omgeving. Gewoon verlies aan mens-zijn, volgestopt met verhalen over loslaten en losgelaten worden. Er is veel ongeuite eenzaamheid op de laatste kilometers van de tocht. Kennen we die myceliums eigenlijk wel? Die wirwar van draden onder hun leven, waarvan maar weinig aan de oppervlakte komt. Of draaien we liever de promotiefilm van onze succesvolle zorgnummers af? Moet de politieke aandacht zich niet ingraven in de zwamvlokken onder het bestaan van de ouderen, om er achter te komen wat er werkelijk huist?
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
|
Voedselbank
|
Gistermiddag heb ik een bezoek gebracht aan de voedselbank. Onvoorstelbaar hoeveel werk daar wordt verzet door ongeveer 80 vrijwilligers!! De hele week zijn ze druk om alles voor de uitgiftedag op vrijdag klaar te zetten.Ruim driehonderd pakket! Gezien het gebrek aan ruimte zou de voedselbank zo snel mogelijk moeten verhuizen. Verder zou een vrachtwagen met laadklep ook een hele uitkomst bieden. Wie weet er nog 1 te staan?
Margriet
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
zaterdag 23 januari 2010 |
Het zal je maar gebeuren deel 2
|
Hierbij deel 2 van het verhaal van Karin, die plotseling verlamd raakte.
Het zal je maar gebeuren….(2) Daar lig je dan in het ziekenhuis. Ik deel, gelukkig maar voor een dag, de kamer met een heer die veel slaapt en als hij dat niet doet vrijwel bewusteloos is. De dwarslaesie die mij zo plotseling is overkomen, blijkt een hoge te zijn (voor kenners c6/c7), waardoor ik ook maar een heel beperkte handfunctie heb. Ik moet als een klein kind worden gevoerd door een verzorgende, wat ik pas weken later in Het Roessingh weer zelf kan al is dat niet gemakkelijk. Ook mijn longen functioneren aanvankelijk zwaar onvoldoende waardoor ik de hele ziekenhuisperiode zuurstof krijg toegediend. De eerste vijf dagen krijg ik bovendien via een infuus een halve liter prednisson om de ontsteking, die mijn leven totaal op zijn kop heeft gezet, te remmen. Verder lijken ze in het ziekenhuis weinig voor me te kunnen doen, waardoor met spoed een kamer in Het Roessingh wordt aangevraagd. Op 13 augustus, 10 dagen nadat ik door die vreselijke ruggenmergontsteking ben getroffen, hoor ik dat er op 20 augustus een plaats voor me is gereserveerd. Over de zorg en aandacht van het verplegend en verzorgend personeel, heb ik niet veel te klagen, al is het toch gek dat na de wisseling van de ploeg de nieuwkomers niet weten hoe gehandicapt ik ben, want de rode knop voor noodgevallen, blijkt telkens weer buiten handbereik te zijn geschoven! De dagelijkse ziekenhuissleur wordt op gezette tijden verlevendigd door fysiotherapie en met name ook door hulp bij het hoesten om overtollig slijm weg te werken, want doordat ook mijn buikspieren het nauwelijks doen, kan ik niet echt hoesten, terwijl ik door een soms beangstigende benauwdheid door die longen die het niet goed doen, juist veel slijm produceer. Gelukkig wordt dat in mijn laatste ziekenhuisweek beter, want de longspieren zijn wat sterker geworden en zelfstandig ademen gaat weer redelijk en de zuurstoftoediening kan worden afgebouwd. Ook krijg ik in die laatste week dagelijks training om in de rolstoel te leren zitten. Rijden is er echter niet bij, dat moet later in Het Roessingh gebeuren. Het leuke van mijn 2,5 week ziekenhuis is dat ik ongelooflijk veel bezoek krijg: vrienden, vriendinnen, collega’s en directieleden van mijn school, en – heel leuk - leerlingen en oudleerlingen, neven en nichten die ik normaal maar zelden zie en van heinde en ver komende ooms en tantes, buren en uiteraard mijn ouders en zussen met man en kroost. Vaak zitten er 6 man naast mijn bed en op de gang nog een paar in de wacht, terwijl er maximaal 2 bezoekers zijn toegestaan. Toch leuk! Op 20 augustus laat ik het ziekenhuis achter me en ga ik in de ambulance op weg naar Het Roessingh! Na het intakegesprek blijk ik , tot mijn teleurstelling, eerst nog een paar dagen in bed te moeten blijven, waardoor ik mijn hondje nog steeds niet kan zien! Dan wordt de rolstoeltraining in gang gezet, met een paar dagen 2 keer 15 minuten en dan 2 keer 30 minuten om te wennen. Na ruim twee weken zit ik er dan vrijwel de hele dag in, al moet ik 2 keer daags in bed om te rusten en 5 keer per dag worden gekatheteriseerd omdat ik niet zelfstandig kan poepen en plassen. Dat eerste gebeurt trouwens op de douchestoel boven de wc, maar lukt alleen door toediening van een laxeermiddel. Gek dat je door zo’n onverwachte handicap ineens weer een klein kind bent geworden als het gaat om hulp bij doodnormale dingen! In die periode krijg ik ook dagelijks fysiotherapie op bed, die er voornamelijk uit bestaat dat mijn handen, armen en benen worden doorbewogen. Dan volgt de training in rijden met de handbewogen rolstoel en kan ik me eindelijk weer van A naar B verplaatsen! Dat gaat 2 weken goed, maar dan krijg ik door slijmbeursontstekingen in beide handen (overbelasting!) op eigen verzoek een elektrische rolstoel. Ook maak ik een begin met ergotherapie, fysiotherapie in de oefenzaal en activiteitentherapie. Vooral dat laatste spreekt me bijzonder aan, niet alleen omdat ik in mijn havopakket textiele werkvormen had, maar vooral omdat daar eindelijk niet wordt gepraat over je ziekte, maar over de gewone dingen van alledag, zoals ieder mens! Belangrijk zijn ook de wekelijkse gesprekken met de psycholoog (hoe verwerk je je verdriet en leer je met je tekortkomingen omgaan) en de maatschappelijk werker (hoe zie je je toekomstperspectief en je maatschappelijk functioneren). Omdat ik moeite heb met de gang van zaken op de verpleegafdeling, waar sommigen je minder aardig behandelen, ben ik in de klankbordgroep van de bewoners gaan zitten. Daar wordt naar je geluisterd en ook wat gedaan met je aanbevelingen. Door de mooie (na)zomer zit ik vaak op het terras van Het Roessingh, waar Moby gelukkig ook vaak van de partij is, ga ik er vaak met bezoekers op uit om aan de overkant bij Wattez op het terrasje wat te nuttigen, eet af en toe met mijn ouders bij het eveneens naburige LaRoche en ga meestal op zondag naar mijn ouders die maar 5 minuten lopen vanaf het Roessingh wonen. Nu en dan ga ik met vriendinnen naar de Assinkhof waar ik me zeer amuseer, vooral doordat ik er eindelijk weer eens veel oude bekenden tegen het lijf loop. Jammer is dat de huisregels voorschrijven dat je maar 1 keer per week na 22.00 uur mag thuiskomen. Grote pech is dat ik steeds meer spasmen in mijn benen krijg door overbelasting en hevige pijn in mijn rechterhand door aanhoudende slijmbeursontsteking. Daardoor kan ik nog maar een half uur per dag naar fysiotherapie. Begin december heb ik een gesprek met de maatschappelijk werkster die me naar mijn welbevinden vraagt. Ik zeg dat ik niet het idee heb dat Het Roessingh nog veel voor me kan doen en dat ik liefst op korte termijn naar huis ga! Kort daarna is er het periodieke gesprek met artsen, therapeuten, verplegers en mijn ouders, waarbij in goed overleg wordt besloten dat ik 16 december weer naar mijn eigen huis zal gaan, waar ik na 3 augustus niet meer ben geweest! Intussen zijn een vertegenwoordiger van de gemeente, twee aannemers, installateurs en keukenspecialisten al in mijn huis geweest om de noodzakelijke aanpassingen te bekijken en een offerte uit te brengen. Zelf heb ik ter voorbereiding op mijn thuiskomst bij Livio al een verrijdbare tillift, hooglaagbed, antidecubitusmatras en via de gemeente een elektrische rolstoel geregeld. Mijn overbodige of niet langer bruikbare spulletjes zijn door mijn vader naar de zolder en door vrienden naar een opslagplaats elders overgebracht. Nog een leuk afscheidsetentje met mijn kamergenote Willy, met wie ik het prima kon vinden, haar man en mijn ouders, en ik ben op weg naar huis! Waar ik allemaal tegenaan loop (was het maar waar!) in mijn eigen huis en in de buitenwereld, vertel ik in de volgende delen! (wordt vervolgd)
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
woensdag 20 januari 2010 |
Het zal je maar gebeuren
|
Tijdens het gesprek met de lijstadviescommissie kwam naar voren dat zij mij op het oog hadden voor de WMO portefeuille. Ik was blij verrast, vooral omdat mijn hart ook ligt bij de kwetsbaren in onze samenleving. Niet dat ik nou zo'n soft-type ben, integendeel. Als bestuurslid van Stichting Leergeld heb ik vaak gedacht: Ik kan naar iedereen luisteren en mij inleven, maar echt weten hoe het is , kan ik niet, want ik ben nog nooit in zo'n situatie geweest. Toen ontstond het idee, laat eens een aantal mensen zelf hun verhaal schrijven. Niet met de bedoeling van, wat zijn ze zielig, maar meer van, waar zijn ze tegen aangelopen? Waar hebben ze behoefte aan? Dit met betrekking tot het gehandicapt zijn, vluchteling,of oudere zijn. Vijf mensen die iets willen vertellen. Een aantal verhalen bestaat uit enkele delen, omdat het te kort door de bocht is, om te denken dat alles op één A-4 past.
Deze week begin ik met Karin, een mooie vrolijke meid die....... Leest u zelf maar!
Het zal je maar gebeuren…. (1) Op zondag 3 augustus 2008, 5 dagen nadat ik op mijn terras met familie en vrienden mijn 39e verjaardag heb gevierd, word ik ’s morgens wakker met een onbestemde pijn in mijn nek. Later op de dag bel ik mijn moeder met de vraag of ze misschien tantum of een ander middeltje tegen een stijve nek in huis heeft. Dat heeft ze wel en ze zegt dat ik maar even langs moet komen om me in te laten smeren. Ik zeg dat ik het eerst nog wel even zal aanzien en nog wat probeer te slapen. Dat lukt aardig, maar in de namiddag sta ik toch maar op om de dingen te doen die ik nog moet doen, al zijn dat er niet al te veel, want het is nog even zomervakantie voordat ik binnenkort weer naar mijn werk moet. Overigens, mijn naam is Karin Schurink en ik woon alleen met mijn hondje Moby in een leuke straat in de wijk Deppenbroek met aardige buren . Ik ben in de bloei van mijn leven, heb veel vrienden en vriendinnen met wie ik regelmatig een avondje ga stappen, heb veel sociale contacten en een erg leuke baan op het Kottenpark als onderwijsassistent in de leerjaren 1 en 2, waarvoor ik net voor de zomervakantie mijn diploma heb gehaald. De leerlingen en ik kunnen prima met elkaar overweg! Het wordt er trouwens met die nek in de loop van de dag niet beter op, maar ik moet nodig mijn hondje uitlaten, dus doe ik dat ook maar. Ik ben de straat nog niet eens helemaal uit of ik realiseer me dat ik de riem niet meer echt onder controle heb en dat het gevoel in mijn armen een stuk minder is dan normaal. Toch wel een beetje ongerust besluit ik zo snel als ik kan terug te gaan naar huis. Met grote moeite krijg ik, door beide handen te gebruiken, de sleutel in het slot en omgedraaid. Even later plof ik letterlijk op mijn bank en blijk tot mijn grote schrik vanaf dat moment niet meer te kunnen lopen! Gelukkig heb ik vanwege het mooie weer mijn tuindeur open laten staan, waardoor mijn hulpgeroep wordt gehoord door een buurvrouw en haar dochter. Die bellen de huisartsenpost en een tijdje later stapt een dienstdoende arts naar binnen. Hij luistert naar mijn hart, voelt mijn polsslag en doet alles wat een dokter in zo’n situatie moet doen. Geen afwijkingen, waarschijnlijk een soort tijdelijke blokkade in mijn lichaam, is zijn conclusie, die binnen een paar uur vanzelf wel weer zal overgaan. De buurvrouwen zijn enigszins gerustgesteld en gaan weer huiswaarts na eerst mijn ouders te hebben gebeld, want ik ben er niet echt gerust op! Mijn moeder is nog maar een paar dagen terug uit het ziekenhuis, waar ze een nieuwe rechterheup heeft gekregen en moet zich met een kruk voortbewegen. Dus komt mijn vader alleen en treft me half zittend, half liggend op de bank aan. Hij zal me die avond nog heel vaak anders proberen neer te zetten, omdat ik steeds weer onderuitzak. De uren gaan voorbij zonder dat er iets aan mijn lijf verandert, waarop hij me voorstelt een bevriende fysiotherapeut te bellen. Die zou misschien een betere kijk hebben op mijn verlammingsverschijnselen, gelet op de goede ervaringen die mijn moeder eens had toen ze ‘s ochtends wakker was geworden met een intens duizelig gevoel in haar hoofd en nek. De huisarts had een middeltje voorgeschreven dat niet echt hielp, maar een fysiotherapeut ontdekte vrij snel dat een halswervel verschoven was. Na een tweede behandeling was het leed geleden. Zo gezegd, zo gedaan en even later staat de fysiotherapeut voor me. Na enkele minuten is zijn eenduidige conclusie dat het een neurologische kwestie is en dat opnieuw met de huisartsenpost contact moet worden opgenomen. Ook de tweede arts komt echter tot de conclusie dat het slechts een kwestie van tijd is voordat de zaak weer in orde zal zijn. “U neemt haar gewoon mee naar huis en stopt haar in bed”, is zijn advies aan mijn vader. Die vindt dat een dom voorstel omdat hij mij nooit in zijn auto zal kunnen krijgen, laat staan de trap op naar bed. Na veel aandringen wordt dan uiteindelijk toch de ambulancedienst gebeld en even later ben ik op weg naar het ziekenhuis. Mijn vader sluit intussen het huis af en neemt mijn hondje mee om die bij mijn moeder te ‘stallen’ alvorens ook hij richting ziekenhuis vertrekt. Daar wachten we een tijdje op de inmiddels gewaarschuwde neuroloog, een jongedame van mijn leeftijd of een beetje jonger. Die onderzoekt me en komt tot de conclusie dat ik me aanstel en dat er geen sprake is van een ernstige situatie. ‘Je kunt gewoon rechtop zitten, als je maar wilt, kijk maar..’, zegt ze en zet me met enige moeite overeind op de onderzoeksbank en laat me los! Mijn vader is gelukkig attent, springt naar me toe en weet me op te vangen, waarna we samen op de grond belanden. Na nog wat overbodig gekissebis, gaat de neurologe gelukkig overstag en lig ik even later in een bed op de 4e etage, afdeling neurologie. Om half drie ’s nachts komt mijn vader eindelijk thuis, waarna hij mijn moeder met kruk naar boven weet te krijgen en haar in bed stopt. Nog even in de stromende regen mijn hondje uitlaten en de vreemdste dag van mijn leven zit er ook voor hem op. Ik lig gelukkig op de juiste afdeling en hoop er maar het beste van, al ben ik bang en ongerust en blijf ik de 4e etage met mijn hoogtevrees behoorlijk eng vinden! De volgende dag wordt ik onderzocht door een arts en een psychiater, die ogenschijnlijk niet goed raad weten met ‘mijn geval’. ’s Middags vraagt een verpleegster me wanneer ik eigenlijk voor het laatst heb geplast. ‘Gisterenmorgen’, zeg ik, waarop ze kennelijk de dienstdoende arts heeft gewaarschuwd, die me ijlings door de MRI-scan laat gaan. Ook worden longfoto’s gemaakt en wordt zuurstof toegediend, omdat ik het benauwd heb, en tenslotte wordt nog een lumbaalpuctie gedaan. Ik zie zorgelijke gezichten, maar weet absoluut niet wat er met me aan de hand is. Eng is het wel. Wat later komt de neuroloog aan mijn bed en zegt dat ik hoog in mijn nek een ruggenmergontsteking heb die ze met prednisson willen onderdrukken. Mijn zus Marieke, die met man en twee dochtertjes in De Eekmaat woont, heeft het verhaal intussen aan een buurvrouw verteld, die even later bij haar binnenstapt met een opengeslagen tijdschrift. ‘Moet je dit eens lezen’, zegt ze, ‘dit verhaal gaat over je zus Karin’! Het gaat over een meisje dat ook van het ene op het andere moment verlammingsverschijnselen vertoonde, maar die gelukkig na een tijd ziekenhuis en revalidatie weer aan de beterende hand is en zelfs weer kan lopen. Ze heeft de zeldzame ziekte ‘myelitis transversa’ die in Nederland maar zo’n 10 keer per jaar voorkomt en slechts in 30% van de gevallen helemaal geneest. Mijn ouders, die het blad van Marieke krijgen, houden het voorlopig maar uit mijn buurt! Op woensdagmorgen moet ik naar het artsenteam dat me behandelt. Mijn ouders gaan gelukkig mee, want ik vrees het ergste. De uitslag: myelitis transversa! Behandeling heeft soms een positief resultaat, maar zeker niet altijd. Met deze verontrustende mededeling moet ik het doen! (wordt vervolgd)
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
zondag 17 januari 2010 |
Wijkraad Wesselerbrink
|
Afgelopen week was ik aanwezig bij de vergadering van de wijkraad Wesselerbrink.
Er was een goede opkomst. Woningbouwvereniging Domijn en een aantal mensen van de gemeente en de wijkagent waren aanwezig.
Als je dan in de zaal zit, merk je het enthousiastme van iedereen. Mensen zetten zich overal voor in om van deze wijk iets te maken.
Domijn vertelde over de voortzetting van het traject met betrekking tot bouw en inrichting van de wijken.
Van mijn kant vraag ik mij alleen af, wat moet je doen om de winkelcentra weer te vullen met ondernemers?
Een wijk kan nog zo mooi zijn, maar je wilt wel in je buurt de boodschappen en andere dingen kunnen halen.
Margriet
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
donderdag 14 januari 2010 |
Respect
|
Er staat bij ons in de wei een bord met de tekst: een respectvol 2010. Mooi! Het is natuurlijk campagnetijd en ben blij dat ik mijn steentje bij kan dragen. Toch moet ik wennen aan het idee dat dit op een bord moet worden gezet. Eigenlijk is het toch heel vanzelfsprekend zou je denken! Met alle respect naar u allen toe, zullen we een beetje leuk met elkaar omgaan en niet alleen in 2010!
Margriet
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
zaterdag 9 januari 2010 |
sneeuw
|
Houdt u van de winter? Ik wel. Alleen wordt het zo langzamerhand wel erg wit om mij heen. Heerlijk zou ik anders zeggen, maar op de wegen is het uitkijken. Mijn moeder woont een dik uur rijden bij ons vandaan. Ze is 85 jaar en hulpbehoevend. Natuurlijk ga ik naar haar toe, moet ook wel, want wie brengt b.v. haar vuilnis weg? Ze woont in een buurtje met allemaal ouderen. Niemand durft naar buiten gezien de gladheid. Dan weet je dus hoe belangrijk het is dat er goed wordt omgekeken naar ouderen. Bij haar in de buurt staat een lagere school. Misschien een idee om de kinderen van groep 8 op pad te sturen om als maatschappelijke stage langs ouderen te gaan. Maandag ga ik bellen!
Margriet
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
zondag 3 januari 2010 |
Een gezegend nieuwjaar
|
Allereerst wil ik u allen een heel gelukkig, gezond en gezegend nieuwjaar toewensen.
Verder wil ik u via mijn weblog wekelijks op de hoogte houden van alles wat mij drijft en bezig houdt, zowel op politiek als persoonlijk vlak. Ik hoop dat u het leuk vindt om deze berichten te volgen.
Margriet
|
|
Gepost door Margriet Visser.
0 reacties
|
|
Reageer
|
|
|
Welkom! |
 |
|

Mijn
naam is Margriet Visser, kandidaat voor het CDA Enschede.
Via dit weblog houd ik u op de hoogte! |
|
Laatste
postings |
 |
|
|
|
Archief |
 |
|
|
|